Het was dinsdagmiddag, 14.30 uur.
‘Señora!’ riep een koor van stemmen luid vanaf de andere kant van onze heg. ‘Doe het hek open!’
‘Wacht nog even,’ riep ik terug. ‘Het is nog geen drie uur.’
Van de andere kant van de heg klonk gemompel vol ongenoegen. Ik draaide me om naar mijn huilende baby. Ik zakte in de schommelstoel om haar te voeden en sloot mijn ogen, om van elk stil moment te genieten voordat de drukte losbarstte.
**************
We waren nog maar nauwelijks op de boerderij ingetrokken of de kinderen uit de buurt hadden ons al gevonden. Ze kwamen onaangekondigd en zonder uitnodiging, op elk moment van de dag, en bleven zo lang als ze wilden. De eersten brachten al gauw meer vriendjes mee om te spelen met de kinderen en het speelgoed van de buitenlander. Play-Doh en gezelschapsspelletjes hielden hen bezig, maar wat een herrie konden tien kinderen maken in een betonnen huis.
Na veel ergernis bedachten Ernest (mijn man) en ik eindelijk een plan…. Ze mochten twee middagen per week komen, maar niet vóór drie uur ’s middags. Op dinsdag mochten ze blijven eten, maar op donderdag moesten ze om 18.00 uur weg zijn.
We hadden ook nog andere regels…. Onze kinderen moesten tijdens het spelen met de buurkinderen binnen mijn gezichts- en gehoorbereik blijven. En de deuren moesten OPEN blijven. Toch bleven er vragen door mijn hoofd spoken. Is dit goed of slecht? Zullen we hier later spijt van krijgen? Wat als ze een slechte invloed op onze kinderen hebben? Mijn vragen werden een gebed, een gebed dat God de afgelopen maanden vaak van mij had gehoord. Heer, geef me vandaag wijsheid en geduld met deze kinderen. En als ze een slechte invloed op onze kinderen hebben, Heer, laat het ons dan alstublieft zien voordat onze kinderen erdoor geschaad worden.
Maar wat een kans! Dit was een manier waarop ik de wereld kon bereiken terwijl ik thuisblijfmoeder was… Ik las hun Bijbelverhalen voor. Ik leerde hun dat ze volwassenen moesten respecteren en gehoorzamen. Ik zei dat ze mij moesten gehoorzamen, net zoals dat ook van mijn kinderen werd verwacht. Wie de regels overtrad, waarschuwde ik, zou naar huis worden gestuurd.
Zinnia geloofde me niet, totdat ze op een dag ongehoorzaam was en werd weggestuurd. Nu moet ik glimlachen als ik terugdenk aan dat kleine deugnietje dat op de muur van de buren zat en over de muur naar onze boerderij tuurde, waar haar neefjes en nichtjes vrolijk aan het spelen waren. Eén keer was genoeg om het haar te leren; daarna gehoorzaamde Zinnia.
**************
‘Señora!’ De stem van Zinnia onderbrak mijn mijmeringen. ‘Is het al drie uur?’
Ik deed één oog open om op de klok te kijken: 2.47 uur.
‘Nog net niet!’ riep ik uit het raam. Ik zette de baby in de loopstoel en liep naar de keuken. Wat zou ik ze vanavond te eten geven?
**************
‘Zinnia, ik wil even in je tas kijken voordat je naar huis gaat.’
Het was opnieuw dinsdagavond, enkele maanden later. Sinds Zinnia een tas meenam als ze bij ons op bezoek kwam, misten we allerlei kleine dingen. Vanavond zouden we zien of onze vermoedens klopten.
Zinnia keek me met angstige ogen aan. ‘Eén momentje, Señora. Ik moet naar de wc.’
‘Je mag naar de wc nadat we in je tas hebben gekeken.’
‘Nee, Señora, ik kan niet wachten…’ Haar stem stierf weg terwijl ze naar de wc rende.
Ik zuchtte. Natuurlijk zou haar tas leeg zijn als ze terugkwam. Toen ik die avond later de badkamer doorzocht, vond ik hier en daar verborgen schatten.
‘Zullen we even praten, Zinnia?’ stelde ik de week daarop voor. Zinnia zat op het bed, draaide knopen in het garen op de sprei en keek me wantrouwig en angstig aan. Mijn hart ging uit naar dat lieve meisje. Haar moeder was jaren geleden naar een ander land vertrokken om daar te werken en had de meisjes bij hun oma achtergelaten.
‘Het kan me niet schelen dat je die dingen hebt gestolen, Zinnia,’ begon ik. ‘Maar het is een gewoonte waar je niet aan wilt beginnen. God geeft om jou….’
Dat was de laatste keer dat Zinnia, haar zus en hun neefjes en nichtjes bij ons langskwamen. ‘Onze oma laat ons niet meer komen,’ legden ze uit.
Misschien kwam het door oma; ik denk dat het God was. We hadden vaak gebeden dat Hij duidelijk zou maken of hun bezoek schadelijk was voor onze kinderen en of ze niet meer moesten komen. Mijn hart was verscheurd tussen liefde voor de buurkinderen en de bescherming van onze eigen kinderen. Zo koos God ervoor te antwoorden.
‘Dank U, God,’ bad ik. ‘We nemen dit aan als Uw antwoord en zullen ze niet opnieuw uitnodigen. Stuur ze naar ons toe als U wilt dat ze weer komen.’
**************
Er gingen enkele jaren voorbij. Nu was Jon, een jongen uit de buurt, vaak bij ons thuis.
‘Zou hij elke dag na school bij jullie mogen komen?’ hadden zijn ouders gevraagd. ‘We willen dat hij goede dingen leert, in plaats van met jongens uit onze buurt te spelen.’
Hmm. Dus wij moeten de jongen opvoeden terwijl beide ouders werken?
‘Hij kan dinsdag- en donderdagmiddag komen,’ besloot Ernest. ‘Dat zijn de dagen waarop ik vaker thuis ben.’
Jon kwam trouw op dinsdag- en donderdagmiddag. Het probleem was dat Ernest er niet kon zijn. Er kwamen telkens andere verantwoordelijkheden en verplichtingen tussen, waardoor hij er niet kon zijn zoals hij graag wilde.
Ik wilde mijn man niet voortdurend aan zijn hoofd zeuren… Hij wilde echt thuis zijn om met de jongens te werken. Moest ik er iets van zeggen of niet? Het leek me niet ideaal om een ongelovige jongen urenlang met onze zoon, een pasbekeerde christen, te laten werken.
Ik vertelde Ernest wel over mijn vragen, maar meestal maakte ik er een gebedszaak van.
Jon kwam niet meer. Ik was verbaasd. Ik leefde met Jon mee, maar opnieuw dankte ik God voor Zijn antwoord.
**************
‘Hoe kan ik contact leggen met de kinderen uit mijn buurt zonder mijn eigen kinderen in gevaar te brengen?’ vroeg een vriendin onlangs. Ze is naar een nieuwe omgeving verhuisd en staat voor de uitdaging dat kinderen uit de buurt bij haar langskomen.
Er zijn geen eenvoudige antwoorden. Ik heb ontdekt hoe dringend gebed nodig is en hoe trouw God antwoordt wanneer we Hem om wijsheid aanroepen. Zijn antwoord aan anderen kan heel anders zijn dan de weg die Hij voor ons heeft gekozen.
**************
Een andere zuster gaf me toestemming om haar ervaring met kinderen uit de buurt te delen:
Alex en zijn moeder wonen aan de overkant van de weg en gingen kort nadat we hierheen verhuisden naar de kerk. Alex kwam bijna elke dag langs en leerde onze jongens in korte tijd Spaans. In het begin zagen de jongens op tegen zijn bezoekjes, maar al snel werden ze goede vrienden. Na een tijdje kwam er soms ook een andere buurjongen, Nilton, langs. We vonden hem wel een aardige jongen. Toen kwam op een dag een derde jongen, José, mee. Ik kreeg er een heel ongemakkelijk gevoel bij. Ik stelde een tijdslimiet, maar kon dat onrustige gevoel niet van me afzetten. Dus besloot ik, hoewel ik dacht dat ik er geen tijd voor had, de hele tijd dat ze er waren buiten te werken. Ik werkte vlak bij hen en hield hen in de gaten; ik dacht dat alles goed ging. Ze leken gewoon gezellig samen te spelen, dus ik was verbaasd toen ze naar huis gingen voordat de tijd om was.
Het duurde niet lang voordat mijn jongens huilend binnenkwamen; ze voelden zich heel slecht over wat er was gebeurd. Alex had hun gevraagd een briefje naar zijn vriendinnetje te brengen, omdat zijn moeder het niet goed zou vinden als hij dat zelf deed. Een van de andere jongens vertelde hun wat hij achter de struiken op de openbare school doet, zodat hij niet betrapt wordt. Ze probeerden mijn jongens te laten beloven dat ze het mij niet zouden vertellen. Dat beloofden ze niet, en daar was ik zo dankbaar voor! Maar ze waren erg van streek omdat ze dachten dat Alex geen vriend meer met hen zou willen zijn.
Mijn man en ik praatten met de jongens en verzekerden hun dat ze de situatie goed hadden aangepakt door niet te beloven geheimen te bewaren. Binnen een uur kwam Alex’ moeder op bezoek en vertelden we haar erover. Ze was erg geschrokken dat haar zoon had geprobeerd een briefje door te geven en heeft de zaak later met haar zoon afgehandeld. Ik was blij dat de prille relatie die hij met het buurmeisje had, werd gestopt voordat die verder ging. Alex bleef bevriend met onze jongens, maar de andere twee jongens ontdekten dat onze jongens ons over hen hadden verteld en kwamen daarna jarenlang niet meer langs.
Onlangs vroeg José onze achtjarige zoon of hij bij hem thuis mocht komen spelen. Ik zei nee. Een paar dagen later kwam zijn oma langs, beledigd, en zei dat José daar erg verdrietig over was. Ik legde uit dat ik vind dat ik altijd bij mijn jongens moet zijn als hij langskomt, omdat hij ooit had geprobeerd onze zoon over te halen met hem een elektronisch oorlogsspel te spelen. De oma begreep het en vond het verdrietig dat haar kleinzoon een slechte invloed was. Ze wilde het beste voor hem. We hebben hem uitgenodigd voor de zondagsschool, maar dat wil hij niet. Ik hoop alleen dat we altijd zo’n band met onze kinderen kunnen hebben dat ze zich vrij voelen om naar ons toe te komen, en zulke situaties niet voor zichzelf houden en zich schuldig voelen.
**************
Verstandige ouders proberen gevaar, maar niet moeilijkheden, van het pad van hun kinderen weg te nemen. Onlangs verbaasde het me toen ik Rechters 3 las en ontdekte dat God wilde dat sommige vijandige volken in het land Kanaän bleven. Waarom? Hij wilde dat ouders hun kinderen leerden oorlog te voeren (vs. 2). In plaats daarvan sloten de Israëlieten vriendschap met de vijandige volken en begonnen ze onderling te trouwen. ‘Het lijkt alsof we hier op het zendingsveld dichter bij de wereld leven,’ vertelde een zuster. Onze kinderen groeien als het ware op in de frontlinie. Dat kan positief zijn. Ze krijgen vaak de gelegenheid om ‘met de vijand in de poort te spreken’, wanneer hun wordt gevraagd wat we geloven en waarom. Maar als ouders nalatig zijn of hun kinderen opstandig, kan die nauwere omgang met de wereld tragisch uitpakken.
Terwijl we in gebed met God verbonden blijven voor onze kinderen, moeten we ook met hen verbonden blijven. Geen enkele strenge veiligheidsregel kan een hechte band met je kind vervangen. De moeder van een kind dat was misbruikt, vertelde: ‘De enige manier waarop je kind je zal vertellen wat er aan de hand is, is als je een hechte band hebt.’
Ik wankel als ik aan onze vijand en aan mijn eigen tekortschieten als moeder denk. Plotseling voel ik de dringende behoefte te bidden om dingen waar ik nooit aan dacht toen onze kinderen nog klein waren. Om ons heen, soms zelfs vlak bij ons, vinden gevallen van misbruik plaats. Ik bid om bescherming van onze kinderen tegen het kwaad dat hen omringt en tegen het kwaad dat in hun hart opkomt. Ik bid dat zij nooit de reinheid van een ander zullen schaden. Ik bid om reinheid bij het huwelijksaltaar, zowel voor hen als voor hun toekomstige echtgenoten.
Ik bid met aandrang, maar ook vol vertrouwen. Want dit weet ik: God houdt van onze kinderen—Hij geeft nog meer om hun reinheid en bescherming dan wij als ouders—Hij verlangt ernaar dat we met Hem samenwerken om hen op te voeden tot trouwe dienaren van Hem—En Hij wil Zich sterk betonen ten gunste van nederige ouders die Hem aanroepen terwijl ze soldaten opleiden op vijandelijk grondgebied. Want de ogen van de HEER gaan over de hele aarde, om Zich sterk te betonen ten gunste van hen wier hart volkomen op Hem gericht is… –2 Kronieken 16:9.


