De geschiedenis van onze wereld is bepaald door haar conflicten. Van de vroegste twisten tussen Kaïn en Abel tot de militaire operaties van de eenentwintigste eeuw heeft de mensheid nooit opgehouden elkaar aan te vallen. Vredestijd is eenvoudigweg een wachttijd voor de volgende slag; verdragen en wapenstilstanden zijn slechts uitstel van geweld.
De oorlogen in het geestelijke rijk zijn even lang en wreed geweest als de fysieke oorlogen. Deze gevechten hebben ons bereikt vanaf de vroegste dageraad van de tijd, toen ze hun oorsprong vonden in de harten van Adam en Eva. De strijd tegen verzoeking en opstand is in ieder van ons aanwezig, of dit nu wordt erkend of niet. Weinigen bereiken zegevierend ware vrede, en zelfs die vrede is een waakzame vrede die in een ogenblik van wankelmoedigheid verbrijzeld kan worden.
Het volgende verslag is slechts een kortstondige vonk in dit beproevende vuur van strijd.
Het jaar was 1942, en over de hele wereld woedde een oorlog zoals men nog nooit had gezien. Vernietiging en slachting waren alledaags geworden, nergens meer dan op het strijdtoneel in de Stille Oceaan. Daar, verspreid over de uitgestrekte blauwe vlakte van de Stille Oceaan, waren tropische eilanden het toneel van gevechten van ongeëvenaarde felheid en wreedheid. Zelfmoordaanvallen, vernietigend artillerievuur en luchtbombardementen maakten het leven van de gewone soldaat tot een levende nachtmerrie. Elk ogenblik kon een banzai-aanval (een gewoonlijk nachtelijke aanval met volle inzet van massaal oprukkende infanteristen die tijdens de aanval uit volle borst schreeuwden) de nachtelijke stilte verscheuren met een stormloop van vijanden die tot moorddadige razernij waren opgezweept. Een verdwaalde granaat, soms zo zwaar als een kleine auto, kon uit de lucht vallen met dodelijke gevolgen. De dood was altijd aanwezig en eiste schijnbaar willekeurig levens.
Vierduizend mijl naar het oosten woedde een andere strijd. Deze was even dodelijk als de eerste en omvatte honderden jonge mannen in een verbeten strijd om hun geestelijke overleving. In plaats van de fysieke gevechten op de oosterse eilanden van het Verre Oosten zou deze strijd in de harten en gedachten van de betrokkenen worden gevochten. In plaats van mitrailleurs en granaten zouden zij gewapend zijn met het scherpste tweesnijdende zwaard (de Heilige Schrift), geleid door een macht (de Heilige Geest) groter dan welke oorlogsvloot ook.
Deze jonge mannen waren opgeroepen voor een termijn van dienst in de fysieke oorlog die woedde. Twee jaar eerder was de Selective Training and Service Act van 1940 aangenomen, voordat de Verenigde Staten de oorlog ingingen. Deze wet verplichtte alle mannen tussen achttien en vijfenveertig jaar zich in te schrijven voor de dienstplicht. Van degenen die geselecteerd werden, werd verwacht dat zij één jaar zouden dienen. Zodra de oorlog werd verklaard, zou deze termijn worden verlengd tot het einde van de gevechten.
Bij deze jonge mannen riepen deze dienstplicht en de huidige oorlog herinneringen op aan verhalen over een soortgelijke oorlog en een soortgelijke dienstplicht, nauwelijks een generatie eerder, die hun vaders had weggeroepen naar de trainingskampen van het Amerikaanse leger. Daar was de oudere generatie aan allerlei kwaadwillige mishandelingen onderworpen geweest. Destijds werd verwacht dat alle lichamelijk gezonde jonge mannen niet alleen bereid, maar ook gretig zouden zijn hun land te dienen in de strijd tegen de vijand. Deze heersende opvatting had geleid tot algemene woede en vijandigheid tegenover de gewetensbezwaarden van de Eerste Wereldoorlog. Er werd druk uitgeoefend om hen te laten meedoen aan de exercities en de militaire gedragsregels te laten volgen, en straffen van verschillende aard konden en werden opgelegd aan degenen die weigerden. Zo zwaar waren de straffen dat velen lichamelijk leden en enkelen door de behandeling die zij ontvingen omkwamen.
Net als hun vaders werden ook deze jonge mannen opgeroepen hun aardse vaderland te dienen door wapens te dragen. Dienstplichtigen moesten zich melden bij hun plaatselijke rekruteringsbureau, waar zij ingedeeld en doorgestuurd zouden worden naar een van de verschillende trainingskampen in het land. Daar zouden zij gevormd worden tot soldaten, voorbereid om hun medemens te doden, en vervolgens met dat doel naar het buitenland worden gestuurd. Hun geloof bepaalde echter iets anders.
Gelukkig waren zij niet de enigen die zich de Eerste Wereldoorlog herinnerden. In de tweeënhalf decennia sinds die oorlog hadden zowel mennonieten als diverse betrokken personen zich ingezet om ervoor te zorgen dat er, mocht de nood zich voordoen, een mogelijkheid zou zijn om aan de dienstvereisten van de overheid te voldoen zonder in te gaan tegen de principes en overtuigingen van gewetensbezwaarden. Zo ontstonden verschillende organisaties en programma’s die vrijstelling van militaire dienst boden. Gewetensbezwaarden werden via deze programma’s in verschillende dienstverlenende functies geplaatst. Zij dienden in ziekenhuizen, bouwden wegen en irrigatiekanalen en verrichtten arbeid voor natuurbehoud. Op deze manier konden zij de wet vervullen zonder de Wet te breken (zie Marcus 12:17).
Ondanks de ambtelijke aanvaarding van de overtuigingen van de gewetensbezwaarden (GB’s) en hun daaropvolgende vervangende dienst bleef de publieke opinie zich vaak fel keren tegen niet alleen de weerloze mennonieten en amish, maar tegen alle gewetensbezwaarden. Personen die weigerden te vechten, konden verwachten dat niet alleen zij persoonlijk onder druk zouden worden gezet, maar dat ook hun families en vrienden kritisch zouden worden bekeken. Sommige van hun families werden gemeden of met minachting bekeken, waarbij de lokale gemeenschap hun bedrijven boycotte. In sommige gevallen knepen de plaatselijke ordehandhavers een oogje toe bij de mishandeling van weerloze mensen binnen hun rechtsgebied. In extreme gevallen kookte het patriottische enthousiasme over, met als gevolg geweld door menigten, schade aan eigendommen en in enkele zeldzame gevallen directe aanvallen op de vermeende lijntrekkers.
Hoewel het grootste deel van Europa en zijn bondgenoten sinds Hitlers inval in Polen in september 1939 in deze oorlog verwikkeld was, namen de Verenigde Staten niet deel aan het aanvankelijke conflict. Terwijl het Duitse leger door Europa stormde, werden de vroege oorlogsjaren in de Stille Oceaan gedomineerd door Japan, dat China al in 1937 was binnengevallen. De Verenigde Staten bleven in deze periode neutraal, gedreven door een algemeen gevoel van isolationisme. Dit zou allemaal veranderen op de ochtend van 7 december 1941, toen de Japanse marine een verrassingsaanval op de Verenigde Staten lanceerde en schepen aanviel die lagen afgemeerd in Pearl Harbor, de thuisbasis van de Amerikaanse Pacificvloot. De vergelding volgde snel en Japan en zijn bondgenoten werden de oorlog verklaard. Japan verdubbelde zijn offensief en trok over de eilandstaten verspreid over de Stille Oceaan. De Japanse inzet voor de oorlog was persoonlijk en intens. Eer, zelfs in de dood, werd hoger gewaardeerd dan het leven. De keizer werd als onfeilbaar vereerd, en Japanse soldaten wierpen zich in zijn naam in de strijd, zelfs tegenover een overweldigende overmacht. Aangewakkerd door zijn fanatisme en een efficiënte, goed bevoorrade aanvalsmacht richtte Japan zijn blik op de Filipijnen. Daar stuitte zijn leger op een strijdmacht die verreweg de mindere was van de Japanse.
Intussen kregen de GB’s op hun verschillende posten in het hele land met hun eigen aanval te maken. Hun was de verlichting gegund dat zij geen fysieke strijd hoefden te voeren. Met deze vrijstelling kwamen onvoorziene mogelijkheden om de lijdende personen onder hun zorg te dienen. Tijdens hun uiteenlopende vormen van dienstbetoon zouden zij allerlei mensen ontmoeten. Elke ontmoeting was een nieuwe gelegenheid om de vrede en liefde van een christen te tonen te midden van de voortdurende oorlog, vooral in de psychiatrische instellingen en ziekenhuizen waar sommige GB’s werkzaam waren. De toestand in de psychiatrische ziekenhuizen was destijds erbarmelijk. Patiënten werden ruw behandeld of gewoon verwaarloosd. Lastige patiënten werden wekenlang in dwangbuizen vastgebonden of gedwongen in hun eigen vuil te leven. Voeding en hygiëne voldeden bij lange na niet aan de behoeften. Enkele van de jonge mannen vestigden de aandacht op de situatie van mensen met een verstandelijke beperking door brieven aan kranten te schrijven of hun waarnemingen van de mishandelingen uitvoerig te beschrijven aan hun contacten thuis. Deze acties leidden tot groeiende publieke bewustwording en bezorgdheid over de behandeling van mensen met een beperking, wat de aanzet zou geven tot verandering in de zorg voor hen die niet voor zichzelf konden zorgen.
Helaas had de kans om te dienen een prijs. De GB’s waren jong en gescheiden van hun kerk en familie. Overal om hen heen waren goddeloze invloeden aanwezig. Omdat zij verwijderd waren van hun kerken en families, drukten deze invloeden zwaarder op de gedachten van de jonge mannen dan thuis het geval zou zijn geweest. De strijd woedde voort, en nu meer dan ooit moesten zij op God steunen als hun kracht, steun en verdediging.
In de Stille Oceaan maakte Japan zich op voor een overweldigende aanval op de Filipijnen. De eilandstaat had lang aan zijn verdediging gewerkt en nu zou die door de aanvalskracht van de Japanse indringers op de proef worden gesteld. Dit verdedigende leger was het product van de training en leiding van generaal George A. MacArthur. MacArthur was enigszins een wonderkind van het Amerikaanse leger, dat na zijn dienst in de Eerste Wereldoorlog de jongste divisiecommandant van het leger was geworden. Sindsdien had hij zijn tijd tussen de oorlogen grotendeels in de Filipijnen doorgebracht, waarvan hij nu de stranden en jungles verdedigde. In de maanden voorafgaand aan de invasie had hij versterkingen, modernere uitrusting en voldoende materiaal aangevraagd om een aanval te weerstaan. Omdat de Verenigde Staten zich destijds volledig richtten op het eerst winnen van de oorlog in Europa, werden zijn verzoeken afgewezen, en was hij dus in het nadeel wat manschappen en bewapening betrof. Desalniettemin groef MacArthur zich in en bereidde hij zich voor op de verdediging tegen de onvermijdelijke landingen en de daaropvolgende langzame opmars van de indringers naar het binnenland. Zijn troepen leden enorme verliezen tijdens hun trage terugtocht. Hoewel de nederlaag spoedig duidelijk werd, weigerde de generaal het eiland te verlaten. Pas toen het eiland vrijwel geheel was ingenomen, liet hij zich er uiteindelijk toe overhalen door de vijandelijke linies te glippen en uit te wijken naar Batchelor Field, Australië. Daar deed hij een plechtige belofte aan degenen die hij had achtergelaten: “Ik zal terugkeren.”
De GB’s, nu verspreid over talrijke projecten en werkterreinen, kregen met een even grote verscheidenheid aan uitdagingen te maken. In plaats van de vaste begeleiding van hun thuisgemeenten stonden zij nu onder leiding van door de overheid aangestelde directeuren. Volgens hun kamproosters werkten zij tot wel zes dagen per week. Zondagen waren doorgaans gereserveerd voor erediensten. De invloed van de wereld in oorlog om hen heen had zich doen gelden. Harry Litwiller, een mennonitische jongeman in Canada, was een van degenen die bezweken voor de invloeden van de wereld. Hij werd in het leger geplaatst, waar hij al snel erkenning als gewetensbezwaarde aanvroeg. Terwijl zijn verzoek werd behandeld, nam hij het gokken en drinken over van andere rekruten. Het nieuws van zijn nieuwe gewoonten bereikte al snel zijn militaire superieuren, en zijn verzoek werd afgewezen. Kerken baden, schreven brieven en deden anderszins pogingen om de jonge mannen in hun beproevingen te steunen. Zij konden het niet weten, maar hun tijd van beproeving zou spoedig ten einde lopen.
Eindelijk brak het jaar 1945 aan. In de laatste maanden van de oorlog waren jonge jongens en oude mannen opgeroepen voor het Duitse leger, toen Hitler een laatste wanhopige poging deed om stand te houden, ingesloten tussen de geallieerde legers aan het oostelijke en westelijke front. Niet in staat door te gaan, vroegen de Duitsers om vrede. Nu de oorlog in Europa voorbij was, verplaatste de strijd zich naar de Stille Oceaan. Amerika herpakte zich, aangedreven door zijn grotere industriële capaciteit en natuurlijke hulpbronnen, waardoor de Japanse opmars tot stilstand kwam — zo begon het Amerikaanse tegenoffensief. Langzaam, eiland voor eiland over de oceaan, kwam generaal MacArthur steeds dichter bij Japan.
MacArthur was zijn belofte aan het Filipijnse volk niet vergeten. Tijdens zijn vier jaar afwezigheid waren er gevechten geleverd om de kleinste atollen — koraaleilanden net groot genoeg voor een landingsbaan en een garnizoen. Zelfs toen de Japanners uit deze bolwerken werden verdreven, behielden zij een stevige positie in de Filipijnen. De eilandstaat had geleden onder de jaren van vijandelijke bezetting. Er waren gevangenkampen gevestigd — voor krijgsgevangenen en degenen die ervan werden beschuldigd de geallieerden te hebben geholpen.
De tijd begon nu te dringen voor de Japanners. Hun krachten waren te zeer verspreid, en met slinkende aantallen troepen, uitrusting en middelen voerden zij een wanhopige verdedigingsstrijd. Op 24 oktober 1944 landde een geallieerde strijdmacht aan de oostkust van het eiland Leyte. De strijd om de Filipijnen zou twee maanden duren, maar aan het eind kwam MacArthur als overwinnaar tevoorschijn. Vele maanden eerder had hij toegezien op de overgave van het eiland; nu voerde hij het bevel over de herovering ervan. Zijn belofte werd vervuld.
De oorlog sleepte zich voort. In Europa was hij voorbij, maar de strijd in de Stille Oceaan moest nog worden gewonnen. President Franklin D. Roosevelt, die de natie door de oorlog had geleid, werd ziek en stierf. Zijn vicepresident, Harry S. Truman, werd ingezworen. Zijn eerste beslissing was er een zoals hij zich die nooit had kunnen voorstellen. Moest hij honderdduizenden levens opofferen om Japan over land in te nemen, of van de Japanners een gruwelijk voorbeeld maken door vanuit de betrekkelijke veiligheid van de lucht een pas ontwikkelde atoombom af te werpen? Truman beraadslaagde en maakte zijn keuze.
De oorlog eindigde in een oogwenk. De verwoesting door twee atoombommen schokte Japan zozeer dat het zich overgaf. De Japanners vroegen om vrede, en vrede werd hun gegeven. Afgezien van de formaliteiten was de oorlog voorbij. Voorbij, maar de tijdelijke vrede was gekocht tegen een astronomische prijs aan mensenlevens. Miljoenen zouden nooit terugkeren naar hun rouwende families.
Voor de GB’s betekende het een terugkeer naar een nieuw normaal. Zij keerden terug naar hun families, hun kerken en hun huizen. Maar de oorlog had hen veranderd. Zij hadden maanden en jaren zonder geestelijk toezicht doorgebracht. Velen zouden hun plaats vinden in hun gemeenschappen, hun kinderen grootbrengen en hun christelijk geloof in praktijk brengen. Toch waren er slachtoffers gevallen: sommigen, zoals Harry Litwiller, hadden hun geloof opgegeven. De strijd was hevig geweest, en niet alle deelnemers hadden de volledige Bijbelse wapenrusting gedragen die hun ter beschikking stond.
Zowel MacArthur als de zegevierende GB’s hielden vol tot het einde. Ieder geloofde in zijn zaak: MacArthur in de verwoesting en vernietiging van oorlog, en de GB’s in de verlossing en vrede van een volledig overgegeven leven. Zij vertonen hier alleen een overeenkomst in het feit dat zij beiden vochten. Het cruciale verschil ligt in waar zij voor vochten en hoe zij daarvoor vochten.
standhouden tegen de listen van de duivel.
Want wij worstelen niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden,
tegen de machten, tegen de heersers van de duisternis van deze wereld,
TEGEN GEESTELIJKE BOOSHEID IN DE HEMELSE GEWESTEN.
EFEZIËRS 6:11-12


