Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zei Hij: Het is volbracht: en Hij boog het hoofd en gaf de geest. –Joh 19:30
Terwijl we dit artikel het afgelopen jaar hebben uitgewerkt, zijn we ons steeds meer bewust geworden van de groeiende belangstelling voor dit onderwerp. Er zijn verschillende artikelen en boekjes over geschreven, of ze worden momenteel geschreven. Sommige geschriften bespreken specifieke theorieën over de verzoening, terwijl andere redeneren over verschillende termen of Bijbelverzen. Welke ideeën en uitspraken over de verzoening vinden we in de duidelijke leer van de Schrift, en welke zijn misverstanden of onjuiste interpretaties?
I. De verzoening
De term verzoening wordt doorgaans gebruikt om alles of een deel te verklaren van wat er geestelijk (voor de gelovige) gebeurde toen Christus Zijn lijden, dood en opstanding onderging. Soms wordt de term verzoening gebruikt om te omschrijven wat mannen en vrouwen brengt tot een staat van ‘één zijn’ met God. Hoe werkt die gebeurtenis in de geschiedenis, zo’n 2.000 jaar later, vandaag nog op ons door?
In deze gesprekken bestaat de neiging te vergeten dat het volbrachte werk van Christus meerdere aspecten omvat, die elk een verschillend gevolg hebben voor de gelovige van vandaag. Deze verschillende aspecten zijn het lijden van Christus, Zijn bloed, Zijn dood, Zijn begrafenis, Zijn opstanding en Zijn hemelvaart.
a. Zijn lijden
Zijn lijden omvat de lichamelijke, emotionele en mentale kwelling die Hij doorstond en die uitmondde in Zijn dood aan het kruis. Hier zien we dat …Christus moest lijden en op de derde dag uit de doden opstaan … en dat in Zijn Naam bekering en vergeving van zonden gepredikt moesten worden… –Luk 24:46-47. De lijdende dienaar, zoals die in heel Jesaja hoofdstuk 53 wordt weergegeven, schetst dit aspect van de verzoening levendig. Jesaja beschrijft Hem als …verwond om onze overtredingen, [en] … verbrijzeld om onze ongerechtigheden: –Jes 53:5. Hier zien we ook de werkelijkheid dat door Zijn striemen is er voor ons genezing. –Jes 53:5. Ten slotte zien we dat Hij werd verdrukt en gekweld… –Jes 53:7, en dat Hij …de moeite van Zijn ziel… –Jes 53:11 heeft doorstaan.
Laten we nog enkele van de vele passages noemen die over Zijn lijden spreken: Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen… –1Pet 3:18; Hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij heeft geleden –Heb 5:8; Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, toen Hij vele zonen tot heerlijkheid bracht, de Leidsman van hun zaligheid door lijden heen te volmaken –Heb 2:10.
Een doel van Jezus’ lijden dat soms wordt vergeten, is dat wij ons als gelovigen met Zijn lijden moeten vereenzelvigen, zoals blijkt uit de volgende passages: Want zoals het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo is ook onze vertroosting door Christus overvloedig –2Kor 1:5; …als wij tenminste met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden –Rom 8:17; opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding, en de gemeenschap aan Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word –Fil 3:10.
b. Zijn vergoten bloed
Dat het bloed van Christus vergoten is voor de verzoening van de zondige mens verdient zorgvuldige aandacht als een specifiek, wezenlijk onderdeel van het geheel. Uiteraard is het opgenomen in de punten a. en c., maar de Schrift besteedt ook veel aandacht aan dit specifieke onderdeel. Misschien zou er een heel boek nodig zijn om dit aspect uiteen te zetten, maar hierover moeten we één ding opmerken. Door het vergieten van het bloed van Jezus ontvangen we Gods specifieke oplossing voor de vergeving van onze zonden, verwoord in Jezus’ eigen woorden: Want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden –Mat 26:28.
In Hebreeën hoofdstukken 9 en 10 krijgen we een zeer uitvoerige uitleg waaruit blijkt dat de ‘bloedoffers’ van het Oude Testament op zichzelf niet volmaakt waren, maar een ‘type’ waren dat vooruitwees naar het volmaakte offer: Jezus, het Lam van God. In deze context staat dat …bijna alles volgens de wet met bloed wordt gereinigd, en zonder bloedvergieten is er geen vergeving. –Heb 9:22. Het is bijzonder belangrijk dit te onthouden wanneer we bedenken dat sommige mensen beweren dat God er eenvoudig voor had kunnen kiezen zonde te vergeven zonder dood of bloedvergieten. Zij gebruiken de gelijkenis in Mattheüs 18:23-35 als bewijsplaats. Het is goed te bedenken dat deze gelijkenis het ‘waarom’ (mededogen) van de uitkomst laat zien, niet het ‘hoe’ van de bijzonderheden. We kunnen deze gelijkenis niet uit de context van de Schrift halen en er een leerstelling op baseren die al het overige in de Schrift ondermijnt. Daarom concluderen we dat God in Zijn bestel heeft bepaald dat de zonde moet worden weggewassen door het bloed van Christus: En van Jezus Christus, die … ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn eigen bloed, –Openb 1:5.
Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God; en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als verzoeningsoffer door het geloof in Zijn bloed, om Zijn gerechtigheid te tonen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die vroeger begaan zijn, onder de verdraagzaamheid van God –Rom 3:23-25. Hier zien we dat voor ieder van ons die gezondigd heeft (ons allemaal), verzoening mogelijk is door geloof in Zijn (Jezus’) bloed.
c. Zijn dood
Jezus zei: …Ik geef Mijn leven voor de schapen –Joh 10:15, en opnieuw zei Hij: …Ik geef Mijn leven, opdat Ik het weer neem. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf. Ik heb macht het te geven en heb macht het weer te nemen… –Joh 10:17-18.
Maar wij zien Jezus, Die voor korte tijd minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood, met heerlijkheid en eer gekroond, opdat Hij door de genade van God voor ieder mens de dood zou smaken. Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, toen Hij vele zonen tot heerlijkheid bracht, de Leidsman van hun zaligheid door lijden heen te volmaken. –Heb 2:9-10. Wanneer u deelneemt aan het avondmaal, …verkondigt u de dood van de Heere, totdat Hij komt –1Kor 11:26.
Weet u niet dat zovelen van ons als in Jezus Christus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, zoals Christus uit de doden opgewekt is door de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. –Rom 6:3-4
In deze periode van Jezus’ leven op aarde werd het aardse, sterfelijke deel van Hem gescheiden van dat wat hemels, eeuwig en onsterfelijk was.
d. Zijn begrafenis
We wijzen opnieuw op de waarheid waarnaar hierboven verwezen werd: Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood… –Rom. 6:4. Hoewel al deze aspecten deel uitmaken van het geheel, staat de begrafenis voor …een tarwekorrel die in de aarde valt en sterft… –Joh 12:24. Eerst komt het einde van het leven (het vergieten van het bloed), dan de dood, vervolgens de begrafenis en daarna de opstanding. De begrafenis bevestigt dat de dood heeft plaatsgevonden. Ze brengt afsluiting, voltooiing en een einde aan wat eraan voorafging. Het is de noodzakelijke tussenperiode tussen dood en opstanding.
Het is ook het moment waarop Jezus afdaalt in Hades, de plaats van de overleden zielen, waarvan we in verschillende Schriftpassages slechts een glimp opvangen.
e. Zijn opstanding
In Zijn opstanding worden wij met Hem opgewekt tot een nieuw leven. (Romeinen 6:4) …waarin u ook met Hem opgewekt bent door het geloof in de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt –Kol 2:12. Zo worden wij in Zijn opstanding met Hem uit de dood opgewekt (als we daarvoor dood waren) en ontvangen we de kracht om in een nieuw leven te wandelen (de kracht om de overwinning op de zonde te behalen).
f. Zijn hemelvaart
Bij Zijn hemelvaart begrijpen we dat …Hij opgenomen werd en een wolk Hem aan hun ogen onttrok. –Hand 1:9. Doordat Hij deze aarde verliet, zijn er verscheidene belangrijke dingen mogelijk voor het leven van de gelovige vandaag. De Heilige Geest kon gegeven worden nadat Jezus deze aarde had verlaten. We hebben de belofte dat Hij heengaat om een beter thuis voor ons gereed te maken, waar we ons ooit bij Hem zullen voegen in eeuwige vreugde. Jezus zit aan de rechterhand van de troon van God en pleit voor ons. Jezus vervult de rol van onze meevoelende Hogepriester, Die al onze behoeften en worstelingen kent en begrijpt, omdat Hij de ervaring heeft op een zondige aarde in een sterfelijk lichaam te leven.
Zo beginnen we te zien hoe elk onderdeel van de verzoening een ander resultaat voor de gelovige teweegbrengt en dat elk onderdeel ook niet meer is dan dat: EEN DEEL. Een deel van het geheel. Een deel van het volbrachte werk van Christus. Elk van deze opsommingen zou bladzijde na bladzijde kunnen vullen met alle zegeningen en voordelen die het voor de gelovige mogelijk maakt. Omwille van de ruimte laten we het hierbij voor nu en gaan we verder met de rest van het artikel, maar hopelijk zet dit ieder van ons aan tot verdere overdenking van deze zaken in Gods Woord.
II. Veelvoorkomende uitspraken die niet Bijbels juist zijn
Er zijn populaire uitspraken over de verzoening die we soms horen en die niet nauwkeurig weergeven wat de Schrift leert. Maar omdat ze vaak in onze gesprekken voorkomen, of misschien zelfs de woorden van een bekend lied zijn, kunnen ze ons begrip van het volbrachte werk van Christus vertekenen. Laten we ter illustratie de volgende uitspraken bekijken:
a. ‘Christus nam mijn plaats in op Golgotha.’
Dit lijkt misschien een logische conclusie, omdat Hij voor ons stierf, …de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen… –1Pet 3:18. en Hij stierf opdat wij zouden leven. Het staat buiten kijf dat Hij het voor ons deed, maar het voorzetsel voor kan op verschillende manieren worden opgevat. Het kan betekenen in mijn plaats of ten behoeve van mij. Het grootste deel van de Schrift benadrukt duidelijk dat Hij ten behoeve van mij stierf, maar het idee van een rechtstreekse plaatsvervanging is minder duidelijk. Als we de nadruk leggen op plaatsvervanging, komen we tot de volgende gedachte: Hij stierf in mijn plaats, dus ik hoef niet te sterven. Als dit de voornaamste manier wordt waarop we over de verzoening denken, kunnen we missen wat even belangrijk is: omdat Hij stierf, moet ook ik met Hem sterven. Zie Rom 6:1-11
b. ‘De schuld van mijn zonde werd op Christus gelegd.’
Er zijn passages die zeggen dat Christus onze zonden heeft gedragen. Zo is ook Christus eenmaal geofferd om de zonden van velen te dragen… –Heb 9:28 en Hij heeft Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen op het hout… –1Pet 2:24. Maar wat houdt het juiste begrip van ‘onze zonden dragen’ in? We vinden in de Schrift GEEN steun voor het idee dat de schuld van mijn zonde op Christus is overgedragen. Christus offerde Zichzelf als offer voor de zonde (Heb 10:10-12), als verzoening voor onze zonden (1Joh 2:1), om de zonde weg te doen en zelfs om de vergeving van zonde te bewerken. Dit grote werk om de zonde aan te pakken werd volbracht zonder dat Hij ooit Zijn hoedanigheid als het smetteloze Lam verloor.
Er is één passage over dit onderwerp die we moeten noemen: Want God heeft Hem [Jezus], Die geen zonde gekend heeft, voor ons tot zonde gemaakt… –2Kor 5:21. Wanneer we het Griekse woord in dit vers dat met ‘zonde’ is vertaald bekijken en deze passage vergelijken met alle andere Schriftgedeelten, lijkt de bedoelde betekenis van de uitdrukking tot zonde gemaakt duidelijker te zijn: tot zondoffer gemaakt. Christus’ ziel werd niet zwartgemaakt door de schuld van onze zonde, anders had Hij Zijn positie niet kunnen behouden als …een lam zonder enig gebrek en zonder smet –1Pet 1:19. De juiste betekenis van de manier waarop Hij onze zonden op Zich nam, is dat Hij de vereffening ervan op Zich nam.
c. ‘Hij nam de toorn van God op Zich.’
Over Gods toorn weten we dat …wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem –Joh 3:36; …de toorn van God wordt vanuit de hemel geopenbaard over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken –Rom 1:18; …en van nature kinderen van de toorn waren, evenals de anderen –Ef 2:3.
De verzoening is echter tot stand gebracht en vervolgens lezen we in Romeinen: Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn –Rom 5:9. Het is dus duidelijk dat Gods toorn jegens ons vanwege de zonde nu is afgewend wanneer we door Zijn bloed gerechtvaardigd zijn. De Schrift zegt echter niet dat Christus Gods toorn heeft ondergaan. Het lijkt misschien een logische conclusie dat Gods toorn over de zonde op Christus moet zijn neergekomen als die toorn is afgewend en de verzoening tot stand is gebracht, maar dat staat niet zo in de Schrift. Als we kijken naar het beeld van Abraham die zijn zoon Izak offert, zien we dat Abraham niet toornig was. Ten slotte was God ‘in Christus de wereld met Zichzelf aan het verzoenen’; hier wordt benadrukt dat Christus’ offer om de zonde weg te doen ons de grote liefde van de Vader voor ons laat zien.
d. ‘God kijkt niet langer naar mij; Hij ziet alleen Christus.’
De verzoening moet niet worden beschouwd als een bedekking van de zonde, zoals velen misschien doen. Soms wordt het ook zo verwoord: ‘Omdat Christus aan het kruis voor mijn zonde is gestorven en ik in Hem geloof, ziet God nu alleen Christus’ gerechtigheid. Wanneer God naar mij kijkt, ziet Hij mijn zonde niet meer; Hij ziet alleen Christus’ gerechtigheid.’ Deze opvatting bevat veel dwalingen en leidt ertoe dat velen zelfgenoegzaam worden en hun eigen zonde door de vingers zien. Door de verzoening in Christus heeft God ons alles gegeven wat nodig is om gereinigd en heilig gemaakt te worden, maar nee, God rekent Christus’ gerechtigheid niet toe aan onze rekening. Gods bedoeling met de verzoening was ons rechtvaardig te maken door onze zonde weg te zuiveren. We moeten onszelf dood voor de zonde en levend voor God rekenen. Dit betekent niet dat we een staat van volmaaktheid hebben bereikt, maar we laten de verzoening voortdurend werkzaam zijn in ons leven.
Voor nu geven we in deel III samenvattende uitspraken en plaatsen we in de delen IV en V alleen tussenkopjes. Zo de Heer het wil, kunnen we in een toekomstig artikel meer tijd nemen om elk onderdeel verder uit te werken. Tot die tijd moedigen we iedereen aan zelf de Bijbel te bestuderen om de volledige leer van de Schrift over dit onderwerp beter te begrijpen. Ten slotte is het onze oprechte wens dat ieder van ons erop toeziet zich niet te laten misleiden door de vele stemmen van buitenaf en van binnenuit die Satan wil gebruiken om de kerk van Jezus Christus af te keren van …het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is. –Jud 1:3
III. Wat de verzoening NIET doet
a. Draagt GEEN schuld van de een op de ander over
Zoals we hierboven hebben gezegd, maakte onze schuld de ziel van Christus niet zwart. Hij voorzag in verzoening, zodat onze zonden vergeven konden worden. Hij bracht een offer voor de zonde, of werd tot zondoffer gemaakt, en Hij werd verwond om onze overtredingen. Door deze daad wordt onze zonde uitgezuiverd en onze schuld weggenomen, zonder dat Hij in onze plaats schuldig wordt.
b. Draagt GEEN gerechtigheid van de een op de ander over — van Christus op ons
Door Jezus, onze Heer, ontvangen we alles wat ons gegeven is en wat betrekking heeft op leven en godsvrucht. We kunnen zeggen dat onze gerechtigheid alleen in Hem te vinden is, maar we zeggen niet dat Zijn gerechtigheid op de een of andere manier aan onze rekening wordt toegeschreven wanneer wij tekortschieten. Zie ook hieronder over het wandelen in het Licht.
c. Beschermt ons NIET tegen schade / bouwt geen beschermende wal om ons heen
Onze soevereine Vader beschermt ons overeenkomstig Zijn wil. Onze bescherming komt niet uit de verzoening voort, maar uit onze relatie met God, wanneer we in geloof gehoorzaam wandelen en dicht bij Hem komen. God beschermt wie Hem toebehoren, overeenkomstig Zijn wil. Er is geen garantie dat ons geen kwaad zal overkomen; God belooft wel dat Hij met Zijn kinderen zal zijn tijdens alles wat Hij hun toestaat te doorstaan.
d. Houdt Satan niet bij ons vandaan
Onze Vader doet dat overeenkomstig Zijn wil (zie Job 1 en 2, en ook 1 Kor 10:13). We hoeven niet ‘het bloed om bescherming aan te roepen’, alsof het bloed van Christus een middel is om boze machten af te weren. We hebben de wapenrusting van God, het schild van het geloof en het zwaard van de Geest, met alle gebed, om de machten van de duisternis te overwinnen.
IV. Wat de verzoening WEL doet
- Ze brengt verzoening tot stand
- Ze voorziet in een offer voor de zonde
- Ze voorziet in een zondoffer
- Ze verlost
- Ze betaalt losgeld
- Ze voorziet in vergeving van zonden
- Ze voorziet in kwijtschelding van zonden
- Ze reinigt ons
- Ze stelt God in staat ons als onberispelijk te zien
- Ze maakt ons rechtvaardig in Gods ogen
- Ze maakt gelovigen deel van Gods familie
- Ze maakt gelovigen tot broers en zussen
V. Wat ALLES volbracht was
- Zijn lijden
- Zijn verzoekingen
- Zijn werk op aarde — Zijn prediking en onderwijs
- Het offersysteem — offers, die nooit de zonden kunnen wegnemen –Heb 10:11
- De wet — was onze leermeester om ons tot Christus te brengen… –Gal 3:24
- Beperkte toegang tot God — En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën… –Mark 15:38


