Deze hymne wordt algemeen beschouwd als een van de grootste hymnen ooit geschreven en komt in bijna elk gezangboek of liederenboek voor dat tegenwoordig wordt uitgegeven. Ze werd geschreven door een man die lichamelijk zwak was, maar geestelijk sterk. Hij was het die de uitdrukking, “Het is beter om versleten te raken dan te verroesten,” heeft bedacht. Laten we nu een blik werpen op het leven van deze dienaar van God.
Henry Francis Lyte, de auteur van deze grote en opmerkelijke hymne, werd geboren op 1 juni 1793 in Ednam, bij Kelso in Schotland. Op jonge leeftijd raakte hij wees en leefde in betrekkelijke armoede. Hij kreeg onderwijs aan Trinity College in Dublin, Ierland. Daar begon zijn poëtische gave zich te tonen, waarmee hij drie prijzen won. Zijn voornaamste doel met zijn studie was arts te worden; in plaats daarvan werd hij, door de voorzienigheid van God, predikant van het evangelie van Jezus Christus.
Op een dag in Cornwall verzocht een medepredikant die op zijn sterfbed lag Lyte hem geestelijke troost te komen geven. “Tot hun wederzijdse verdriet vonden zij zichzelf [beiden] tastend naar het licht, ware blinde gidsen”. Terwijl ze zochten naar de waarheid en de zekerheid van de zaligheid, stelden zij hun geloof op Christus vast, en Lyte verliet die ziekenkamer een veranderde man, nooit meer dezelfde. Men zegt dat het zijn ontmoeting met God aan het ziekbed van die stervende man was die Lyte ertoe bracht zijn nobele hymne, “Jezus, ik heb mijn kruis aanvaard,” te schrijven. In het jaar 1823 kreeg Henry F. Lyte de leiding over een parochie aan de kust, Lower Brixham, in Devonshire, Engeland. Het was op die plaats waar hij de laatste 23 jaar van zijn leven doorbracht, zwoegend als pastoor voor het geestelijk welzijn van de arme vissersbevolking en de ruwe zeelieden van die streek tot zijn dood in de herfst van 1847. Voor al Henry’s toewijding en arbeid kreeg hij een beloning: een zondagsschool van enkele honderden leerlingen, alsmede “een prachtige groep van zeventig of tachtig onderwijzers, persoonlijk door hem opgeleid.”
Gedurende zijn leven werd zijn gezondheid continu bedreigd door astma en tuberculose. Ondanks zijn lichamelijke zwakheden werkte hij onvermoeibaar en had hij een gevestigde reputatie als dichter, musicus en predikant. Waar hij ook kwam, hij werd door zijn mensen zeer geliefd en bewonderd. Tegen het einde van deze latere jaren werd zijn gezondheid geleidelijk slechter. Zo voelde hij zich tijdens de wintermaanden gedrongen een warmer klimaat in Italië te zoeken, dat deel uitmaakt van Zuid-Europa.
Hoewel hij door zijn ziekte zwaar verzwakt was, werd Lyte op 4 september 1847, toen hij op het punt stond naar het zuiden te vertrekken, overvallen door een “onweerstaanbare begeerte” om nog eenmaal tot zijn gemeente te preken. Hij hield zielsveel van deze mensen en had zoveel jaren onder hen gewerkt. “Tegen het protest van zijn verbaasde vrienden volbracht hij dit doel, en het wordt verhaald dat Lyte bijna naar het kansel moest kruipen en dat zijn boodschap kwam alsof van een stervende man.” “O broeders,” zei hij, toen hij voor de laatste keer het vertrouwde kansel betrad, “ik sta hier vandaag onder u, als levend uit de doden, als ik hoop dit op u te kunnen leggen, en u aan te zetten u voor te bereiden op dat plechtige uur dat allen zal komen, door een tijdige waardering en afhankelijkheid van de dood van Christus.” Deze laatste woorden maakten diepe indruk op zijn gemeente, waarna hij de dienst sloot door het Heilig Avondmaal te bedienen aan zijn huilende mensen. Later die avond, na de dienst, voelde hij zich geïnspireerd tot “poëtische samenstelling” en schreef hij de acht strofen van zijn laatste en grootste hymne:
Blijf bij mij: snel valt de avondtijd;
De duisternis verdiept zich; Heer, blijf bij mij:
wanneer andere hulp faalt, en troost vlucht,
Hulp van de hulpelozen, o blijf bij mij.
Vluchtig vloeit het kleine dagje van het leven weg;
Aardse vreugden worden vaag, haar heerlijkheden vergaan;
Verandering en verval zie ik al om mij heen;
O Gij die niet verandert, blijf bij mij.
Geen vluchtige blik vraag ik, geen voorbijgaand woord;
Maar, zoals Gij bij Uw discipelen vertoefdet, Heer,
Vertrouwd, nederig, geduldig, vrij,
Kom niet om slechts te verblijven, maar om te blijven bij mij.
Kom niet in ontsteltenis, als de Koning der koningen;
Maar vriendelijk en goed, met genezing op Uw vleugels;
Tranen voor alle ellende, een hart voor elke smeekbede;
Kom, Vriend der zondaren, en blijf aldus bij mij.
Gij lachte op mijn hoofd in vroege jeugd;
En hoewel in de tussentijd rebels en tegendraads,
hebt Gij mij niet verlaten, vaak als ik U verliet:
Tot het einde, o Heer, blijf bij mij.
Ik heb Uw aanwezigheid elk voorbijgaand uur nodig;
Wat anders dan Uw genade kan de macht van de verzoeker weerstaan?
Wie, zoals Gijzelf, mijn gids en steun kan zijn?
Door wolk en zonneschijn, o blijf bij mij.
Ik vrees geen vijand, met U dichtbij om te zegenen:
Ongemakken hebben geen gewicht, en tranen geen bitterheid.
Waar is de angel des doods? Waar, graf, uw overwinning?
Ik triomfeer nog steeds, als Gij bij mij blijft.
Houd Gij Uw kruis voor mijn sluitende ogen;
Schijn door de duisternis, en wijs mij naar de hemelen;
De morgen van de hemel breekt, en 's aards ijdele schaduwen vliegen weg:
In leven, in dood, o Heer, blijf bij mij.
Deze hymne gaf hij diezelfde avond aan een van de familieleden. Toen hij de volgende dag vertrok, begon hij zijn reis naar Rome, Italië, in de hoop enige verlichting van zijn ziekte te verkrijgen. Lyte kwam tot Nice, Frankrijk, waar zijn ziekte verdere reis verhinderde. Niet veel later overleed hij, iets ouder dan 55, op 20 november 1847. Zijn laatste woorden waren “Vreugde! Vrede!”
Het tafereel achter deze hymne is dat van de opgestane Christus Jezus die op de weg naar Emmaüs wandelt met twee van Zijn enigszins bedroefde en ontmoedigde discipelen. Toen zij het einde van hun zeven mijl lange weg naderden en het dorp waarheen zij gingen naderden, …zag Hij uit alsof Hij verder wilde gaan. Maar zij drongen Hem aan, zeggende: Blijf bij ons; want het is bijna avond, en de dag is al ten einde. En Hij ging met hen in om te blijven –Lucas 24:28-29.
We kunnen een parallel trekken tussen dat tafereel en Henry F. Lyte’s eigen ervaring van het naderen van het einde van zijn aardse reis. Zo, zoals de discipelen de opgestane Heer smeekten bij hen te blijven aan het einde van die oude dag, zo werd de betekenis van dit lied geschreven in de “schaduwen des doods” voor de hymneschrijver.
Lyte zelf componeerde op dezelfde avond dat hij het schreef een melodie voor deze hymne, maar die raakte nooit wijdverspreid in gebruik. De melodie die universeel gebruikt werd, werd echter veertien jaar later geschreven door William Henry Monk, een bekend Londens musicus en redacteur van het welbekende anglicaanse gezangboek Hymns Ancient and Modern. Hij nam dit lied op in zijn eerste editie, die in 1861 werd gepubliceerd.
In totaal componeerde William H. Monk 50 melodieën voor het gezangboek. Er wordt gezegd dat Monk, geïnspireerd door de schoonheid van een glorieuze zonsondergang terwijl hij nog een diepe persoonlijke droefheid ervoer, (in slechts 10 minuten) de melodie Eventide componeerde voor het lied “Abide With Me, Fast Falls The Eventide”. William Monk schreef ook de muziek voor andere bekende hymnen zoals “Zie, gij heiligen! Het aanzicht is heerlijk”, en “De strijd is voorbij”.
Samengevat: Henry Lyte ervoer veel verdriet gedurende zijn leven. Beide ouders stierven op jonge leeftijd, waardoor hij wees werd. En zijn eigen ziekte en zwakheid brachten hem voortdurend in gevaar van astma en tuberculose. Toch vinden we, ondanks al zijn beproevingen, in hem een veerkrachtige geest die de hand reikte naar anderen; die het evangelie aan die arme mensen onder wie hij leefde aanraakte en diende. “Bij geen andere schrijver,” zegt Dr. Breed (in de Treasury of Hymn Stories), “zijn poëzie en religie zo voortreffelijk verenigd.”
Referenties:
101 Hymn Stories,
Treasury of Hymn Stories
Auteur- Henry Francis Lyte, 1793-1847
Componist- William Henry Monk, 1823-1889
Melodienaam - “Eventide”


