Toen een man stervende was, gingen zijn gedachten terug.
Laat ik een goede indruk achter, waar niemand iets op aan kan merken?
Ik gaf alles op, legde mezelf op het altaar neer,
hield niets achter, zelfs geen cent.
Ik wilde alles doen wat juist was.
Soms bad ik de hele nacht door.
Was het makkelijk? Dat kan ik niet zeggen.
Maar het was eerder een strijd die ik elke dag streed.
Weinigen begrepen waarom ik zo leefde.
Alles opgeven, dat vonden ze dwaas.
Ze konden de vrede vanbinnen niet hebben gezien.
Een vrede waarvan ik dacht dat niemand die kon verbergen.
Een leven op de vlucht was niet wat ik verlangde.
Maar ze wilden mijn lichaam in het vuur werpen.
Van grot naar grot noemde ik mijn thuis,
wetend dat ik op een dag nooit meer zou rondzwerven.
Als ik terugkijk, zou ik niets veranderen.
Het was een grote eer mijn koning te dienen.
Maar nu moet ik gaan, de rook is te dik.
Mijn lichaam wordt as terwijl de vlammen eraan likken.
Er is één ding dat ik moet vragen.
Zal ik tevergeefs sterven, of neem jij de taak op je?
Jezus zoekt vandaag een volk
dat de beproeving doorstaat en niet afdwaalt.
Ons leven geven hoort bij de prijs.
Neem jij die beslissing voordat de tijd verstreken is?
De kerk heeft het moeilijk, de wereld is binnengekomen.
Ze hebben onze Jezus gedood en houden van hun zonde.
Laten we niet toegeven, er staat te veel op het spel.
Laten we liever strijden! Er is een koninkrijk te veroveren!
–Barry Grant


