Het heersen over een groep mensen gaat gepaard met stress, zware beslissingen en slapeloze nachten—zeker geen positie voor geestelijk zwakken of onvolwassenen. De functie is moeilijk, of het nu sheriff, burgemeester, gouverneur of president is. Volgens neurowetenschappelijke studies is de gemiddelde persoon pas op zijn 25e volledig volwassen.1 En toch werd er in 54 na Christus een heerser aangesteld die slechts zeventien jaar oud was. Dit was geen lagere rechter of politiek secretaris. Hij werd gekroond tot heerser over een van de grootste rijken van die tijd. De jongen heette Nero Claudius Caesar Augustus Germanicus—meestal Nero genoemd. Hij was de vijfde keizer van Rome.
Nero werd niet aan de macht gebracht door een verkiezing of de keuze van zijn burgers. Zijn moeder, Agrippina, was getrouwd met Caesar Claudius (haar oom), keizer van Rome. Claudius adopteerde Nero als zijn zoon. Nero zou met Claudius’ dochter Octavia trouwen, zijn eigen nicht en stiefzus.
Op 13 oktober 54 na Christus vergiftigde Agrippina haar machtige echtgenoot en haar zoon Nero werd keizer. Er werd gefluisterd dat Nero en zijn moeder een incestueuze relatie hadden, maar de nieuwe heerser werd goed ontvangen door zijn onderdanen en leek erop gebrand hen te behagen: hij gaf opdracht tot het bouwen van grote openbare gebouwen en verlaagde belastingen en de prijs van voedsel. Dit zou echter niet van lange duur zijn.
Nero vermoordde al snel zijn zwager, die veertien was, wat zijn vrouw kwaad maakte. In die tijd had de keizer een verhouding met een vrijgelaten vrouw (een vrouw die vroeger tot slaaf was gemaakt), dus verbande hij zijn vrouw. Toen dat publieke verontwaardiging opwekte, liet hij Octavia onthoofden op valse beschuldigingen van ontrouw.
Daarna raakte hij geobsedeerd door een vrouw genaamd Poppaea Sabina, die plannen smeedde om met hem te trouwen. Sabina wekte bij Nero zulk een angst en jaloezie op dat hij besloot zijn moeder te doden uit vrees de troon te verliezen. Het plan was simpel—terwijl Agrippina op een cruiseschip was, zou het schip heimelijk tot zinken worden gebracht zodat Nero’s moeder zou verdrinken. Het liep echter anders. Agrippina was een sterke zwemster en wist het er levend af te brengen. Niet ontmoedigd stuurde Nero zijn beulen om haar op klaarlichte dag dood te steken. Helaas was dit pas het begin voor de machtigste man in het rijk en waren deze bizarre en onmenselijke daden slechts een voorproefje van wat nog zou volgen.
Nero had woede-uitbarstingen en werd bij een dergelijke uitbarsting gewelddadig tegen zijn vrouw. Hij schopte Sabina herhaaldelijk totdat zowel zij als haar ongeboren kind stierven. Men zegt dat Nero hier spijt van had, en hij begon al snel een jacht op iedereen die op Sabina leek, zijn dode vrouw. Uiteindelijk vond hij een slaaf die sterk op haar zou hebben geleken, en zij trouwden. Het addertje onder het gras? De slaaf was een man. Nero kleedde hem vervolgens in vrouwenkleding en noemde hem een dame. Op dat punt gleed Nero verder en verder af. Hij beschouwde zichzelf als een kunstenaar—zelfs een genie—en gaf grootschalige publieke optredens. Als je aanwezig was, kon je niet weg. Waarom? De deuren zaten op slot. Nero droomde er ook van zijn vijanden toe te zingen en hen te laten wenen om hun vermeende wandaden.
Maar de keizer was niet tevreden met alleen muzikale optredens. In 67 na Christus nam hij deel aan de Olympische Spelen, wat tegen de regels in was (geen enkele keizer mocht meedoen aan de Spelen). Desondanks nam Nero deel. Hij voegde nieuwe disciplines toe, zoals trompetteren en toneelspelen. Hij nam aan meerdere deel en won elke keer. Zijn optreden veroorzaakte veel verontwaardiging, aangezien de Olympische Spelen als een heilig evenement werden beschouwd en Nero ze had veranderd.
Nero had echter een nog groter doel voor ogen. De wagenrennen waren het grootste spektakel dat de Olympische Spelen te bieden hadden. Daarbij mochten menners een span van vier paarden hebben. De spannen raceten in totaal zeven ronden door een enorme arena. Soms vielen wielen eraf of botsten strijdwagens op elkaar. Het was niet ongewoon dat menners uit hun wagen werden geslingerd en doodgetrapt werden of meegesleurd werden door hun eigen paarden. De winnaar werd echter gevierd en goed betaald.
Als je al die moeilijkheden, gevaren en stress kent, kun je je voorstellen hoe de wagenmenners zich voelden toen keizer Nero bij de renbaan in een dure strijdwagen aanreed met niet vier, maar tien paarden. Nero bleek onervaren en niet in vorm te zijn. Hij verloor vrijwel onmiddellijk de controle over zijn span en werd uit de wagen geslingerd, waarbij hij zwaar gewond raakte. Ondanks dat hij de race niet uitreed, behaalde Nero de eerste plaats.
Dit incident illustreert goed Nero’s houding tegenover zijn gezag op dat moment in zijn bewind. In feite won hij in 66 na Christus meer dan 1.800 eerste prijzen voor zijn vermeende artistieke vertoningen. Dit was een man tegen wie men geen “nee” kon zeggen.
In de nacht van 18 juli 64 na Christus brak er brand uit in het Circus Maximus van Rome. De brand groeide en verspreidde zich en raakte buiten controle. De brand woedde de volgende zes dagen en liet bijna geen deel van de stad ongemoeid. Het was verwoestend voor de burgers van Rome en zou de gebeurtenis worden waarvoor Nero het meest bekend zou raken. Veel schrijvers uit de oudheid gaven Nero de schuld van het aansteken van de brand, hoewel hij niet in de stad was toen deze begon. Of hij de brand nu had aangestoken of niet, Nero had iemand nodig om de schuld op af te schuiven. Hij koos een groep mensen die door de Romeinen veracht en gevreesd werden en martelde hen onophoudelijk. Die groep stond bekend als de christenen. Tacitus, een wereldlijk Romeins schrijver, beschreef het als volgt: “Nero schoof de schuld op een groep die gehaat werd om haar verfoeilijkheden, door het volk christenen genoemd, en onderwierp haar aan de gruwelijkste folteringen. Hun dood ging gepaard met allerlei bespottingen. Bedekt met dierenhuiden werden zij verscheurd door honden en kwamen om, of zij werden aan kruisen genageld, of zij werden aan het vuur overgeleverd en verbrand om als nachtelijke verlichting te dienen wanneer het daglicht verdwenen was.”
Intussen werd Nero nog slechter. Hij slachtte genadeloos christelijke mannen, vrouwen en kinderen af en zonk steeds dieper weg in immoraliteit. Uiteindelijk pleegde Nero, de laatste keizer van Rome, op 9 juni 68 na Christus zelfmoord nadat hij door de Romeinse Senaat tot staatsvijand was verklaard. Hij was slechts 31 jaar oud.
Hier hebben we dus een man die in alle opzichten moreel verdorven was. Zijn levensstijl was diep kwetsend voor het christendom en zijn vervolging was een van de gruwelijkste in de geschiedenis. Hoe zouden wij reageren op zo’n heerser? Hoe reageerden christenen op hem?
Paulus leefde onder Nero’s bewind. Hij zag al het verschrikkelijke dat hierboven beschreven is. Toch gaf hij de kerk de volgende vermaning: Laat ieder mens zich onderwerpen aan de hogere gezagsdragers. Want er is geen gezag dan van God; de gezagsdragers die er zijn, zijn door God aangesteld. Wie zich dus verzet tegen het gezag, verzet zich tegen de instelling van God; en degenen die zich verzetten, zullen een veroordeling over zichzelf brengen. Want heersers zijn geen verschrikking voor goede daden, maar voor kwade. Wilt u dan niet bang zijn voor het gezag? Doe het goede, en u zult er lof van ontvangen. Want de gezagsdrager is Gods dienaar, u ten goede. Maar als u het kwade doet, wees dan bang; want hij draagt het zwaard niet tevergeefs: hij is immers Gods dienaar, een wreker die de toorn voltrekt aan degene die het kwade doet. Daarom moet u zich onderwerpen, niet alleen vanwege de toorn, maar ook omwille van het geweten –Romeinen 13: 1-5.
Deze woorden lijken onmogelijk wanneer we de situatie in ogenschouw nemen. Toch zegt Gods Woord ons dat onze overheden door God Zelf zijn aangesteld. Wat een getuigenis! Hoeveel te meer worden wij dan geroepen onze gezagsdragers te respecteren—om hen niet te lasteren; hen in alle mogelijke opzichten te gehoorzamen; ons afzijdig te houden van hun verkiezingen en campagnes; en ons toch te onderwerpen aan God en Zijn gezag als het laatste woord?! Of, zoals Paulus het stelde, Laat ieder mens zich onderwerpen aan de hogere gezagsdragers. Want er is geen gezag dan van God… –Romeinen 13:1.
De gelovigen van de vroege kerk zagen Nero—de moordzuchtige, bloeddorstige, corrupte keizer—als een man die door God was aangesteld. Zij streefden ernaar hem te eren en te respecteren in zijn gezag, terwijl zij zich uiteindelijk onderwierpen aan het hogere gezag van God. Hierin zien wij een mogelijke paradox: de aardse overheden zijn “dienaars van God” die geëerd en gehoorzaamd moeten worden, maar ALS de tijd zou komen waarin de gelovige door de burgerlijke autoriteiten wordt verplicht God ongehoorzaam te zijn, hebben wij een hogere verantwoordelijkheid—…Wij moeten God meer gehoorzamen dan de mensen –Handelingen 5:29.
Dit legt vandaag een grote verantwoordelijkheid op onze schouders als christenen die leven in een steeds verdorvener en kwaadaardiger samenleving. Kunnen wij die bijbelse balans vinden tussen het eren van onze regeringsleiders en tegelijk God in alle dingen gehoorzamen? Of falen wij net als de niet-wedergeborenen om ons heen door de fouten van onze aardse gezagsdragers uit te pluizen wanneer wij voelen dat ons “gemakkelijke leven” wordt aangetast?
Let er dan nauwlettend op hoe u leeft, niet als dwazen, maar als wijzen. Benut de tijd ten volle, want de dagen zijn slecht. Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heer is –Efeziërs 5:15-17. En Men moet ons beschouwen als dienaars van Christus en rentmeesters van de geheimenissen van God. Bovendien wordt van rentmeesters vereist dat zij trouw blijken te zijn –1 Korintiërs 4:2.
Laten wij als toegewijde, wedergeboren, bijbelgelovende christenen ieder nauwlettend leven en de tijd ten volle benutten. Want wij willen allemaal trouw bevonden worden op die spoedig komende dag wanneer wij allen voor de rechterstoel zullen staan om ons rechtvaardige loon te ontvangen.
Eindnoot:
ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3621648



