Ik wandel met God—vandaag—
Morgen is er misschien niet.
Ik maak nu meteen het beste van de TIJD—
Die God mij heeft geschonken.
Ik plan niet op een leven
Dat ik in gemak zou kunnen leiden,
Maar alleen om vandaag te leven
En uitsluitend mijn God te behagen.
Ik durf niet in jaren te denken
Of met grote sprongen vooruit te gaan;
Met God buitengesloten en mezelf opgesloten,
Omringd door zelfzuchtige doelen.
Er zijn mensen die hun leven plannen,
En weinig aan God denken;
Die zichzelf niet toetsen aan Gods waarheid,
Zoals ze elke dag zouden moeten!
‘Roem niet,’ zo word ik gewaarschuwd,
‘op wat morgen brengt;
Je gezondheid en rijkdom—zelfs het leven zelf—
kunnen in één klap vervliegen!’
‘Deze nacht kan je ziel
van je worden opgeëist:
En plan jij daar al het hele nieuwe jaar,
onder een kerstboom?’
‘Word wakker! Maak de balans op, ben je voorbereid?
Heb je je lessen wel geleerd?
Als God over nog drie uur, DEZE DAG,
je levensloop VANAVOND zou beëindigen?’



