Verstoor ons, Heer, wanneer
we te tevreden zijn met onszelf;
wanneer onze dromen zijn uitgekomen
omdat we te weinig hebben gedroomd;
wanneer we veilig zijn aangekomen
omdat we te dicht bij de kust zijn gebleven.
Verstoor ons, Heer, wanneer we
door de overvloed aan dingen die we bezitten
onze dorst zijn verloren
naar het water des levens;
nu we verliefd zijn geworden op het leven,
zijn we opgehouden te dromen van de eeuwigheid;
en in onze pogingen een nieuwe aarde te bouwen,
hebben we onze blik
op de nieuwe hemel laten vervagen.
Verstoor ons, Heer, zodat we meer durven,
ons op wijdere zeeën wagen,
waar stormen uw meesterschap zullen tonen;
waar we, zodra we het land uit het oog verliezen,
de sterren zullen vinden.
We vragen U
de horizon van onze hoop te verruimen;
en ons de toekomst in te stuwen
met kracht, moed, hoop en liefde.

